Argumentatio-1

Paragraaf 64

non ita multis ante annis aiunt T. Caelium quendam Terracinensem, hominem non obscurum, cum cenatus cubitum in idem conclave cum duobus adulescentibus filiis isset, inventum esse mane iugulatum. cum neque servus quisquam reperiretur neque liber ad quem ea suspicio pertineret, id aetatis autem duo filii propter cubantes ne sensisse quidem se dicerent, nomina filiorum de parricidio delata sunt. quid poterat tam esse suspiciosum? neutrumne sensisse? ausum autem esse quemquam se in id conclave committere eo potissimum tempore cum ibidem essent duo adulescentes filii qui et sentire et defendere facile possent? erat porro nemo in quem ea suspicio conveniret. 

 

cum cenatus cubitum … conclave cum: een uitgebreide alliteratie (zie thema stijlfiguren). Het effect is hier bijna archaïsch: Cato de Oudere (234-149 v.Chr) gebruikte bijvoorbeeld graag lange alliteratie-ketens om zinnen samenhang te geven, zie ook §62. Het archaïsche karakter past goed bij het voorbeeld van Cloelius: in zijn geval handelden de rechters volgens de oude mos maiorum, namelijk niemand wegens vadermoord veroordelen zonder overtuigend bewijs.

suspicio – suspiciose – suspicio: de herhaling verduidelijkt dat Cicero het voorbeeld gebruikt ter illustratie van een aanklacht op grond van verdenking (zie §57).

Cicero argumenteert hier door een exemplum te gebruiken. Dit waren anekdoten die je soms in handboeken kon vinden en die je inzette om moeilijke punten aanschouwelijk en overtuigender te maken.

T. Cloelium: Cicero herinnert aan een geval uit het recente verleden waarbij zonen voor vadermoord waren aangeklaagd en vrijgesproken werden, hoewel de situatie hen veel verdachter (suspiciosum, zie §57) maakte dan Roscius.

nomina filiorum … delata sunt: let wel, de zoons zijn door een burger aangeklaagd. Er was immers geen vervolging van overheidswege (zie thema strafrechtspraak).