Argumentatio-1

Paragraaf 65

tamen, cum planum iudicibus esset factum aperto ostio dormientis eos repertos esse, iudicio absoluti adulescentes et suspicione omni liberati sunt. nemo enim putabat quemquam esse qui, cum omnia divina atque humana iura scelere nefario polluisset, somnum statim capere potuisset, propterea quod qui tantum facinus commiserunt non modo sine cura quiescere sed ne spirare quidem sine metu possunt.

 

iudicibus – iudicio: de herhaling benadrukt dat Cicero ook in Roscius’ zaak verwacht dat de rechters doen wat rechtvaardig is en zijn cliënt vrijspreken.

scelere nefario: verwijst terug naar §62 (res tam scelesta, tam atrox, tam nefaria). nefas betekent oorspronkelijk “iets wat tegen de goddelijke wetten ingaat”, en past dus goed in deze context.

sine cura quiescere – spirare sine metu: chiasme (zie thema stijlfiguren) om de antithese te versterken waarmee Cicero het voorbeeld van Cloelius beëindigt.

qui tantum  … possunt: hier schakelt Cicero van het historische exemplum naar een algemene waarheid die dus ook geldt voor de omstandigheden van het proces tegeng Roscius. De tegenwoordige tijd possunt is dus echt een praesens en geen historisch praesens.

omnia divina et humana iura: ook in §37 had Cicero gezegd dat goden en mensen vadermoord als de ergst denkbare misdaad beschouwden die de strengste straf verdiende.

divina iura – scelere nefario – polluisset: alle drie begrippen benadrukken dat de misdaad ingaat tegen normen die door de goden gegeven zijn. Ook in de volgende paragrafen gaat Cicero door met het thema “goddelijk recht”.