Argumentatio-1

Paragraaf 71

insui voluerunt in culleum vivos atque ita in flumen deici. O singularem sapientiam, iudices! nonne videntur hunc hominem ex rerum natura sustulisse et eripuisse cui repente caelum, solem, aquam terramque ademerint ut, qui eum necasset unde ipse natus esset, careret eis rebus omnibus ex quibus omnia nata esse dicuntur? noluerunt feris corpus obicere ne bestiis quoque quae tantum scelus attigissent immanioribus uteremur; non sic nudos in flumen deicere ne, cum delati essent in mare, ipsum polluerent quo cetera quae violata sunt expiari putantur; denique nihil tam vile neque tam volgare est cuius partem ullam reliquerint. 

 

o singularem sapientiam: voor de pathetische uitroep, zie ook §70 (quanto … sapientius!). Het woord singularem verbindt de wijsheid van de oude wetgevers met de door hen verzonnen straf die in §69 en 70 eveneens singularis genoemd werd.

sustulisse et eripuisse: hendiadys (zie thema stijlfiguren) dat samen met het verheven ex rerum natura een pathetisch effect heeft.

ipse natus – omnia nata: de woordherhaling benadrukt dat de straf passend bij en bijna symbolisch voor de misdaad is. De manier waarop dat uitgedrukt wordt, is opnieuw pathetisch.

bestiis … immanioribus – mare ipsum polluerent: pathetische hyperbool (zie thema stijlfiguren).

ex rerum natura sustulisse: Cicero verwijst met deze ongebruikelijke formulering terug naar het natura-concept in §63 en 70: de straf verwijdert de misdadige van de natuur net zoals zij zelf dat door hun misdaad ook al gedaan hebben. Het type straf past bij wat Cicero eerder goddelijk recht (iura divina) noemt.

quae violata sunt expiare: in de oudheid bestonden rituelen waarbij religieuze smetten afgewassen werden door een bad in zee. Het werkwoord polluere versterkt de religieuze associatie van deze zin, zie §65.