Exordium

Paragraaf 10

Fide sapientiaque vestra fretus plus oneris sustuli quam ferre me posse intellego. Hoc onus si vos aliqua ex parte adlevabitis, feram ut potero studio et industria, iudices; sin a vobis -- id quod non spero -- deserar, tamen animo non deficiam et id quod suscepi, quoad potero, perferam. Quod si perferre non potero, opprimi me onere offici malo quam id quod mihi cum fide semel impositum est aut propter perfidiam abicere aut propter infirmitatem animi deponere. 

Vertaling

Daarom bid en bezweer ik u, heren rechters, om aandachtig en welwillend naar mijn woorden te luisteren. Mij verlatend op uw goed vertrouwen en uw wijsheid heb ik een zwaardere taak op mij genomen dan ik besef te kunnen dragen. Als u deze last enigermate verlicht, zal ik die naar vermogen met ijver en toewijding dragen. Maar als u mij – wat ik niet hoop – in de steek laat, zal ik toch de moed niet laten zakken en wat ik op me genomen heb naar vermogen volbrengen. Maar als ik het niet kan volbrengen, wil ik liever onder de last van de verplichting bezwijken dan dat ik wat mij eenmaal in vertrouwen is opgelegd door trouweloosheid opgeef of vanwege mentale zwakheid neerleg.

fide sapientiaque ... intellego: een klassieke captatio benevolentiae; de spreker benadrukt zijn eigen onvolkomenheid om de toehoorders mild te stemmen. Zie ook commentaar bij §9.

oneris ... onus ... onere / feram ut potero ... quoad potero perferam ... perferre non potero: extreme herhaling (repetitio, zie thema stijlfiguren) van steeds dezelfde woorden waardoor de redenering zeer aftastend klinkt. Cicero formuleert bijzonder voorzichtig om niemand van de aanwezigen te ergeren. Tegelijkertijd benadrukt hij hiermee nog eens de moeilijkheid van de situatie en zijn eigen dapperheid om toch te spreken.

onere offici: de alliteratie benadrukt dat het de taak, officium, van een patronus is om ondanks alle gevaren te spreken. Zie het commentaar bij §1b waar Cicero over de summi oratores zegt dat ze aanwezig zijn bij het proces omdat ze hun officium volgen, maar juist niet spreken, zie thema zelfrepresentatie.

fretus + abl. = vertrouwend, steunend op ...

plus oneris: genitivus partitivus na plus.

aliqua ex parte: 'gedeeltelijk, enigermate'.

feram ... perferam: perferre = 'van begin tot eind ferre' (vgl. bijv. perlegere).

id quod mihi cum fide semel impositum est: in zijn geheel het object van de infinitivi abicere en deponere.