Exordium

Paragraaf 12

Qua vociferatione in ceteris iudiciis accusatores uti consuerunt, ea nos hoc tempore utimur qui causam dicimus. Petimus abs te, M. Fanni, a vobisque, iudices, ut quam acerrime maleficia vindicetis, ut quam fortissime hominibus audacissimis resistatis, ut hoc cogitetis, nisi in hac causa qui vester animus sit ostendetis, eo prorumpere hominum cupiditatem et scelus et audaciam ut non modo clam verum etiam hic in foro ante tribunal tuum, M. Fanni, ante pedes vestros, iudices, inter ipsa subsellia caedes futurae sint. 

Vertaling

Die jammerklacht die bij andere rechtszaken door de aanklagers gewoonlijk worden geuit, laten wij nu vanuit de verdediging horen. Wij vragen van u, Marcus Fannius, en van u, heren rechters, om de misdaden zo streng mogelijk te bestraffen, om zo moedig mogelijk aan doldrieste mannen weerstand te bieden. Houdt u voor ogen dat wanneer u in deze zaak uw ware gezindheid niet toont, de begeerte, misdaad en roekeloosheid van deze mannen zozeer naar buiten zal breken, dat er niet alleen in het verborgene maar ook hier op het forum, voor uw rechtersstoel, Marcus Fannius, voor uw voeten, heren rechters, en tussen deze zitbanken moorden zullen plaatsvinden.

M. Fanni: de tweede en derde keer dat Cicero de voorzitter direkt aanspreekt en hem zo expliciet in de plicht neemt om zijn verantwoordelijkheid voor het welzijn van de staat serieus te nemen.

quam acerrime ... quam fortissime hominibus audacissimis: deze keer drie superlativi; opnieuw wordt hiermee het gevaar uitgedrukt en de moed benadrukt die nodig is om het af te weren.

acerrime maleficia: de twee woorden waren ook in §11 gebruikt; de woordherhaling benadrukt de logica van Cicero's gedachtegang, bijzonder als we bedenken dat de speech oorspronkelijk niet gelezen, maar gehoord werd.

cupiditatem et scelus et audaciam: polysydetisch tricolon, zie thema stijlfiguren. Voor de combinatie van scelus en audacia, zie commentaar bij §7.

in foro ante tribunal ... ante pedes vestros ... inter subsellia caedes futurae sint: pathetisch en hyperbolisch beeld, versterkt door een tricolon (zie thema stijlfiguren), zie ook §13 (ante oculos vestros trucidetur). Door te zeggen dat het forum (het centrum van de staat) en de rechtbanken niet meer veilig zullen zijn, benadrukt Cicero hoe gevaarlijk te tijd geworden is. De beschtijving past bij andere passages in de narratio die de levendigheid van de geschetste beelden versterken, zie hiervoor commentaar bij §19.

accusatores: opnieuw benadrukt Cicero dat hij niet als verdediger van Roscius optreedt, maar als aanklager tegen de politieke corruptie, zie commentaar bij §7 en thema politieke context.

Qua vociferatione ... ea: de relatieve bijzin gaat vooraf aan het antecedent ea: 'welke stemverheffing ..., die (stemverheffing) ...' De woorden staan in de abl. vanwege uti + abl.   

abs te: = a te.

quam accerrime ... quam fortissime: quam + superlativus = 'zo ... mogelijk'

vidicetis: vindicare hier in de betekenis 'bestraffen'

ut hoc cogitetis: het object hoc wordt uitgewerkt in de a.c.i. (de nisi-bijzin hoort ook bij die a.c.i.): 'dat jullie dit bedenken, (namelijk) dat, als jullie niet laten zien wat jullie gezindheid is, etc.' 

eo ... ut: 'zo ver ... (zo)dat'