Narratio

Paragraaf 15

Sex. Roscius, pater huiusce, municeps Amerinus fuit, cum genere et nobilitate et pecunia non modo sui municipi verum etiam eius vicinitatis facile primus, tum gratia atque hospitiis florens hominum nobilissimorum. Nam cum Metellis, Serviliis, Scipionibus erat ei non modo hospitium verum etiam domesticus usus et consuetudo, quas, ut aequum est, familias honestatis amplitudinisque gratia nomino. Itaque ex suis omnibus commodis hoc solum filio reliquit; nam patrimonium domestici praedones vi ereptum possident, fama et vita innocentis ab hospitibus amicisque paternis defenditur.  

Sex. Roscius, pater huiusce, municeps Amerinus fuit: een syntactisch buitengewoon eenvoudige opening van de narratio; de hoofdfiguur wordt geïntroduceerd. Het is een typisch begin van een verhaal (vergelijk: "er waren eens een koning en een koningin").

genere et nobilitate et pecunia: met deze drieslag benadrukt Cicero het aanzien van Roscius senior in zijn stad. Een familiestamboom (genus) en bezit (pecunia) was typisch voor aristocratische families. Vader Roscius vervult dus een vergeljkbare rol in Ameria als de homines nobilissimi in Rome die ook bij het proces alsa potentiële verdedigers van Roscius junior aanwezig zijn (zie het woordveld nobilis/nobilitas in §1a en 3).

hospitium ... domesticus usus hospitibus amicisque: herhaling met variatie om uit te drukken hoe nauw de banden tussen de aristocratie en vader Roscius waren.

domesticus usus – domestici praedones: sterke antithese: terwijl Roscius door de aristocraten in Rome goed, zelfs als familie behandeld wordt, wordt hem juist door zijn eigenlijke familie schade toegebracht.

municeps Amerinus: Ameria was een stad (municipium) waarvan de inwoners Romeins burgerrecht hadden maar ook (onder toezicht van Rome) hun eigen stad mochten besturen.

Metellis, Serviliis, Scipionibus: drie beroemde aristocratische families staan aan het begin van de narratio. Zij geven een frame voor het volgende (zie thema framing): vader Roscius was een fautor nobilitatis (§16), een vriend van de Romeinse upper-class toen. Door Roscius, een man uit de provincie, met politici uit de hoogste kring in Rome te verbinden, maakt Cicero hem niet alleen sympathieker, maar versterkt ook de noodzaak voor de rechters om Roscius serieus te nemen. Zie §21 waar Cicero het thema herhaalt (hominis studiosissimi nobilitatis).

domestici praedones: een tipje van de sluier wordt opgelicht: de boeven zijn familieleden van de aangeklaagde!

ab hospitibus amicisque paternis defenditur: verrassende formulering na het exordium waar Cicero juist gezegd heeft dat de homines nobilissimi niet als verdediger optreden. Hier is waarschijnlijk bedoeld dat zij door hun aanwezigheid bij het proces het belang ervan zichtbaar maken en Cicero indirect steunen (cf. commentaar bij §4).

huiusce: het achtervoegsel -ce heeft de waarde van een handgebaar: 'deze hier (bij mij)'. Dit achtervoegsel heeft in sommige vomen van het aanwijzend voornaamwoord zijn sporen nagelaten (hic, huic, hunc etc.). 

cum genere ... tum gratia: cum ... tum = niet alleen ... maar ook (cum is hier dus geen voorzetsel; de abl. genere is misleidend).  

erat ei: 'aan hem was' oftewel 'hij had' (dativus possessivus).

quas ... familias: deze woorden horen bij elkaar.