Narratio

Paragraaf 16

Hic cum omni tempore nobilitatis fautor fuisset tum hoc tumultu proximo, cum omnium nobilium dignitas et salus in discrimen veniret, praeter ceteros in ea vicinitate eam partem causamque opera, studio, auctoritate defendit. Etenim rectum putabat pro eorum honestate se pugnare propter quos ipse honestissimus inter suos numerabatur. Posteaquam victoria constituta est ab armisque recessimus, cum proscriberentur homines atque ex omni regione caperentur ii qui adversarii fuisse putabantur, erat ille Romae frequens atque in foro et in ore omnium cotidie versabatur, magis ut exsultare victoria nobilitatis videretur quam timere ne quid ex ea calamitatis sibi accideret.  

opera studio auctoritate: asyndetisch tricolon met climax, zie thema stijlfiguren. Voor auctoritas, zie het commentaar bij §1a: vaak werd het begrip voor invloedrijke politici in Rome gebruikt. Vader Roscius wordt hiermee opnieuw als vergelijkbaar met de Romeinse nobiles neergezet, zie ook commentaar bij §15.

honestate ... honestissimus: polyptoton (zie thema stijlfiguren). Honestas staat hier als teken van het boven geschetste politieke ideaal: Roscius senior heeft aanzien en eer van alle bewoners van zijn municeps verkregen, omdat hij de Romeinse nobiliteit respecteert. Het begrip is verwant met auctoritas of dignitas. Ook in §25 wordt Roscius honestissimus genoemd.

victoria constituta est: Cicero spreekt hier vanuit het perspectief van de oude Roscius (technisch gesproken, is de oude Roscius de focalisator van de zin): Roscius beschouwde het einde van de burgeroorlog tussen Sulla en Marius als overwinning.

nobilitatis fautor ... victoria nobilitatis: de herhaling van het woord nobilitas aan het begin en het einde geeft de in deze paragraaf waarin vader Roscius' gedrag tijdens de burgeroorlog centraal staat, een ronde, afgesloten karakter.

victoria constituta est: hiermee is Sulla's uiteindelijke overwinning over de partij van Marius bedoeld, zie thema politieke context. De tekst maakt duidelijk dat Roscius een aanhanger van Sulla was (exultare victoria).

proscriberentur: in 82 v. Chr. vond een massa-proscriptie plaats. Sulla verklaarde een grote hoeveelheid van zijn tegenstanders voor vogelvrij, d.w.z., hij publiceerde hun namen op openbaar toegankelijke lijsten. Wiens naam op de lijst stond, verloor zijn burgerrechten; hij mocht door iedereen gedood worden, en zijn vermogen werd door de staat geveild. Aan het eind van de paragraaf worden deze gevolgen van de proscriptie als calamitas samengevat, zie thema proscriptie.

cum omni tempore ... tum hoc tumultu proximo: cum ... tum = 'niet alleen ... maar ook' (cum is hier dus geen voorzetsel; de ablativi zijn misleidend); vgl. §15.

cum ... in discrimen veniret: 'toen ... in een hachelijke situatie geraakte', 'toen ... gevaar liep'

eam partem causamque: d.w.z. de partij en de zaak van de nobiles.

rectum ... propter quos: om de constructie te verduidelijken, lees: rectum putabat se pugnare pro honestate eorum, propter quos

qui adversarii fuisse putabantur: letterlijk 'die gemeend werden vijandig geweest te zijn' (n.c.i.), oftewel 'die, naar men meende, tegenstanders waren geweest'

Romae: locativus ('in Rome')

timere ne quid ex ea calamitatis sibi accideret: letterlijk 'te vrezen dat ten gevolge daarvan iets van rampspoed hem zou overkomen'. Timere ne = 'vrezen dat' (de ontkenning is te verklaren vanuit de hoop of wens dat het niet gebeurt); quid = aliquid ("Nach si, nisi, ne und num, fällt der kleine Ali um"); calamitatis is een gen. partitivus bij (ali)quid; sibi verwijst terug naar het subject van de zin (Sex. Roscius senior).