Narratio

Paragraaf 25

Itaque decurionum decretum statim fit ut decem primi proficiscantur ad L. Sullam doceantque eum qui vir Sex. Roscius fuerit, conquerantur de istorum scelere et iniuriis, orent ut et illius mortui famam et fili innocentis fortunas conservatas velit. Atque ipsum decretum, quaeso, cognoscite. DECRETVM DECVRIONVM. Legati in castra veniunt. Intellegitur, iudices, id quod iam ante dixi, imprudente L. Sulla scelera haec et flagitia fieri. Nam statim Chrysogonus et ipse ad eos accedit et homines nobilis allegat qui peterent ne ad Sullam adirent et omnia Chrysogonum quae vellent esse facturum pollicerentur.  

decurionum decretum ... decem: vormt samen met dominantem in de zin daarvoor een allilteratie-cluster (zie thema stijlfiguren). Het benadrukt wie eigenlijk zeggenschap in Ameria heeft (de bestuurders en hun gezanten) en wie nooit een dominus mag worden (Titus Roscius).

fit ... veniunt ... accedit ... allegat: de vier historische praesentia markeren deze scène als een hoogtepunt van de narratio. De steun die Sextus Roscius vanuit zijn stad heeft gekregen is een belangrijk argument voor Cicero dat hij onschuldig moet zijn – de bewoners van Ameria zijn namelijk zo ouderwets goede mensen dat ze slechteriken niet zouden verdragen, zie commentaar bij §26. Eveneens benadrukken deze zinnen hoe vals Chrysogonus speelt.

imprudente Sulla ... Chrysogonus ... ne ad Sullam adirent ... Chrysogonum: twee keer worden Sulla en Chrysogonus naast elkaar genoemd; Cicero maakt zo duidelijk wie de echte misdadiger is: Chrysogonus is twee keer de agens (subject of subjectsaccusativus in een aci), terwijl Sulla juist met de twee formuleringen buiten spel gehouden wordt.

decurionum decretum: decuriones waren de bestuurders van kleine provinciesteden die over externe relaties en financiële zaken gingen. De tien vooraanstaande burgers (decem primi) hadden geen officieel ambt, maar vormen een voor deze missie samengesteld gezantschap.

DECRETVM DECVRIONVM: Cicero kiest ervoor om het decreet tijdens de speech voor te lezen. In de gepubliceerde versie ontbreekt de tekst van dit document echter. We weten dus alleen dat het werd voorgelezen, maar niet hoe het precies geformuleerd was.

imprudente Sulla: herhaling van §21, zie commentaar daar. Hier volgt een nieuw bewijs voor Sulla's onwetendheid van het complot (zie §22 voor vroegere bewijzen).

homines nobiles: de woordkeuze laat zien hoe ver het verderf al de staat is binnengedrongen: aristocraten zijn medeplichtig aan Chrysogonus' schanddaten! De hier genoemde nobiles contrasteren met de nobilitas met wie vader Roscius bevriend was (zie commentaar bij §15) en ook met de homines antiqui uit Ameria, zie §26.

decurionum: de "gemeenteraadsleden" van Ameria.

doceantque eum qui vir Sex. Roscius fuerit: '... en opdat zij hem (Sulla) uitleggen wat voor een man Sextus Roscius is geweest'; docere staat met twee accusativi (puerum doceo litteras); de tweede accusativus is hier vervangen door een qui-zin.

conquerantur ... orent: nog steeds afhankelijk van ut. proficiscantur en doceant worden gekoppeld door -que; deze coniunctivi volgen asyndetisch (zonder 'en'). 

orent ut ... conservatas velit: 'om te smeken dat hij de reputatie van die overledene en het fortuin van zijn onschuldige zoon wil behouden (letterlijk: wil dat ... behouden [zijn])'. conservatas congrueert met het laatstgenoemde fortunas, maar is ook verbonden met famam.     

allegat: allegare (< ad + legare; vgl. legatus) = 'uitzenden, afvaardigen'. 

qui peterent: coni. in relatieve bijzin met finale waarde ('die moesten vragen'). 

et omnia t/m pollicerentur: lees: et pollicerentur Chrysogonum omnia, quae vellent, esse facturum.